Uit het schoolplan
Wij bieden kansengelijkheid aan al onze leerlingen.
Waarom we dit doen
Om drie uur gaat de bel. De ene leerling gaat naar voetbal, muziekles of bijles. De ander gaat naar huis, waar dat aanbod er niet is.
Die kloof begint jong. En hij groeit elke dag een beetje.
Daar is iets aan te doen. Er is geld voor, er zijn goede aanbieders voor, en er zijn scholen die het willen. Wat ontbrak was iemand die het regelt — zonder dat het er nog een taak bovenop legt bij mensen die het al druk genoeg hebben.
Uit het schoolplan
Wij bieden kansengelijkheid aan al onze leerlingen.
Uit het schoolplan
Waar wordt uitgedaagd, ontstaat verwondering.
Uit het schoolplan
Ieder kind heeft een eigen talent.
Hoe we werken
Een school is geen doelgroep. Elke school heeft een eigen verhaal — over wat kinderen nodig hebben, waar de buurt om vraagt, waar het team in gelooft. Dat verhaal staat meestal gewoon opgeschreven in het schoolplan. Wij lezen het.
Voordat we iets voorstellen, lezen we het schoolplan. Wat is de missie? Welke kernwaarden staan er, en wat merken kinderen daarvan in de klas?
Een gesprek met de directeur en de coördinator. Wat loopt al goed, waar zit de zorg, welke kinderen vallen buiten de boot?
Vier blokken door het schooljaar, elk met een eigen thema. Geen standaardpakket, maar een lijn die past bij wat de school al uitdraagt.
Na elk blok evalueren we samen. Wat heeft het de kinderen gebracht? Wat gaan we anders doen? Het programma verandert mee.
Waar we in gelovenEen programma dat niet aansluit op waar een school voor staat, wordt een activiteit op het rooster. Een programma dat dat wél doet, wordt onderdeel van de school.
Waar u op kunt rekenen
Kinderen zien elk blok dezelfde begeleider. Continuïteit is geen luxe, het is de voorwaarde om vertrouwen op te bouwen.
Elke aanbieder is geverifieerd en iedereen die voor de klas staat heeft een geldige VOG. Daar doen we geen concessies aan.
Bij subsidietrajecten geldt: geen toekenning, geen kosten. Wij steken het werk in de aanvraag, niet de school.
Aanvraag, planning, aanwezigheid, verantwoording. Een leerkracht hoort voor de klas te staan, niet in een verantwoordingsformulier.
Zullen we kennismaken?
Geen verkooppraatje, geen verplichtingen. We horen graag wat jullie voor kinderen willen bereiken — dan kijken wij of we daar iets bij kunnen bouwen.